het Oudenbossche geslacht den Braber

(deel 1 - 1e t/m 9 generatie)

door: J.J.M. (Hans) den Braber uit Bilthoven

datum laatste volledige update: 25 september 2004

datum laatste wijziging: 4 augustus 2016

Deze stamboom is uitsluitend bedoeld ter bevordering van de onderlinge communicatie tussen de samensteller en de lezer. Onder geen beding mogen deze gegevens worden gebruikt met het oogmerk, geldelijk profijt te verkrijgen, zonder vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de samensteller. Publicatie van gegevens, waarbij gebruik gemaakt is van gegevens uit deze stamboom, dient te geschieden met volledige bronvermelding.
Samensteller: J.J.M. (Hans) den Braber, Vogelvlinder 6, 3723 RB Bilthoven (NL)
homepage: www.den-braber.nl

Volledige updates van de stamboom op Internet is uitgevoerd op 25 september 2004; daarna alleen handmatige kleine wijzigingen.

Ik dank verder de onderstaande personen voor hun reactie, aanvullende gegevens en foto's:

In de periode 1996 t/m heden
1996: mevr. van Bragt-Govaarts
1997-2003: Bernard den Braber uit Oudenbosch
2001: Carla den Braber uit Haarlem, Ron den Braber (UK)
2002: Esther Olijslager-van Wattingen uit Amsterdam, Odette van Wattingen uit Alkmaar, Frans van Geel
2003: Stan de Jongh, Cor van den Bergh, Adrie den Braber uit Eindhoven, Karel Honings uit Utrecht, Rita Pierar, John Stienen uit Breda
2004: Ruud Vos van Avezathe, Helma Ernest, Henk Coolen uit Antwerpen (B), Ron den Braber, Jan Kempeneers uit Sint-Philipsland, Wilfried Taeymans uit Gent (B)
2005: Jan Kappetein uit Lopik, Peet Govers, Kim Wiersma
2006: Roger Vervloet uit Hoboken (B), Tom den Braber, Ben en Anja den Braber-Aanraad, Anita Jaspers
2007: Ronald Belleter, Ludo Koop
2008: Anita en René Elshout, Alex den Braber (UK), Alex Buzing
2009: Jan Kempeneers uit Sint-Philipsland
2012: John den Braber uit Elsloo (Li)
2015: Alex den Braber (UK)
2016: Cathy Swaap-den Braber

naar deel 2(10e t/m 13e generatie)


I : Adrianus Peters, geboren voor 1594, overleden te Oudenbosch in november 1636, begraven aldaar op 1 december 1636, zoon van Peter Anthonis Brabander en Maria Jacobsdr Tack.

De doop van Adrianus is niet te Etten gevonden, waarschijnlijk omdat de doop voor november 1594 heeft plaatsgevonden (begin doopboek). Bij de doop van zijn zoon Henricus in 1619 werd zijn moeder Maria Jacobs als doopgetuige vermeld. In de kerkrekening van Oudenbosch over de jaren 1634-1640 staat op 1 december 1636 vermeld dat begraafrechten zijn betaald voor Adriaen Peetersz Braber.

Hij was gehuwd (1) met Claesken Jans ook genaamd Clara Jans, overleden voor januari 1622.

Uit dit huwelijk:

Adrianus Peters is de stamvader van zowel het Ettense geslacht Brabers als het Oudenbossche geslacht den Braber. Via zijn zoon Hendricus (geboren 1619), uit zijn eerste huwelijk met Claesken Jans komt een geslacht Brabers voort die aanvankelijk nog te Etten woonde, maar sinds 1649 te Oudenbosch. Alle takken in Oudenbosch lopen dood maar 1 persoon (zijn achter-achter-kleinkind Cornelius den Braber (Brabers) geboren 1717 te Oudenbosch zorgt voor nageslacht. Cornelius den Braber (Brabers) verhuisde op jonge leeftijd naar Ginneken waar hij voor een verder nageslacht Brabers zorgde, welke voornamelijk rond Breda woonden.

Hij is in ondertrouw gegaan te Leur op 6 januari 1622 (NG) (2) met Catharina "Lijntien" Peters.

Via Petrus (geboren 1624), uit zijn tweede huwelijk met Lijntjen Peters komt het Oudenbossche geslacht den Braber voort. Op een enkeling na zijn bijna alle 'den Brabers' van deze familie tot aan het begin van de 20ste eeuw in Oudenbosch blijven wonen.

Uit dit huwelijk:

II : Petrus Adriaenssen den Braber, gedoopt te Etten op 21 juli 1624 (RK), overleden na maart 1688 (mogelijk voorjaar 1688), zoon van Adrianus Peters (I) en Catharina "Lijntien" Peters.

RA Oudenbosch april 1659: Peeter Adriaenssen Braber, ingesetene alhier in de Cappelstraet, betreft verkoop van rijsch (=rijshout) voor 64 karolusguldens aan schipper Marinus Ruyghaver.
RA Oudenbosch 25-7-1659: Peeter Adriaenssen Braber, ingesetene alhier, betreft verkoop van huis en erf in de Cappelstraet voor 300 gulden aan Cornelis Matthijssen Verbraeck.
Hij staat vermeld als Peeter Adriaensen (den) Braber in de Hoofdgeldlijsten van Oudenbosch tussen 1653 en 1686, wonende in het Oudland. Vanaf 1672 wordt hij alleen vermeld en van 1682 t/m 1686 inwonend als schoonvader bij Jan Willemen en vrouw te Oudenbosch in het Oudland. In 1684 schenkt hij 1 Karolusgulden aan de bouw van de 1e schuurkerk.

Vermeldingen in de hoofdgeldlijsten van Oudenbosch:
Dp = 't Dorp, Ou=Oudland, Bd=Bosschendijck en Cappelstraet
1653 Ou - Peeter Adriaenssen Braber met sijn vrouw
1654 Bd - Peeter Adriaenssen met sijn vrouw ende meijsen
1655 Bd - Peeter Adriaenssen Braber et sijn vrouw ende meijsen
met eenen thuysligger
1657 Bd - Pr. Adriaenssen Brabander met sijn vrouw
1658 Bd - Peeter Adriaenssen Braber met sijn vrouw en meijssen
1659 Bd - Peeter Adriaenssen met sijn vrouw en meijsen
1660 Bd - Peeter Adriaenssen Braber met de vrouw
1661 -
1662 Dp - Peeter den Braber met de vrouw
1663 Ou - Pr. Adriaensen Braber met sijn vrouw
1664 -
1665 Ou - Pr. den Braber met sijn vrou
1666 -
1667 -
1668? Ou - Peeter Adriaens van Bodaff thuyslegger ??
1669 Ou - Peeter Adriaenssen en vrouw
1670 Ou - Peeter Adriaenssen Braber en vrouw
1672 Ou - Peeter den Braber
1673 Ou - Pr. den Braber (en vrouw doorgehaald)
1674 Ou - Peeter den Braber
1675 Ou - Peer den Braber
1676 Ou - Peeter den Braber
1677 Ou - Pr. den Braber met dochter
1678 Ou - Peeter den Braber
1679 Ou - Peeter den Braber
1680 Ou - Peeter den Braber
1681 -
1682 Ou - Braber als tuyslegger
1683 Ou - den Braber tuijslegger
1684 -
1685 Ou - Jan Willemen met sijn vrouw en Peeter den Braber
1686 Ou - Jan Willemen, vrouw en schoonvader
1687 -

Hij is getrouwd voor 1653 met Elysabetha Cornelissen, overleden rond 1670.

De vrouw van Petrus Adriaenssen Braber wordt in de hoofdgeldlijsten van Oudenbosch-Oudland vermeld tussen 1653 en 1670.
Het huwelijk is niet gevonden, aangezien het trouwboek van de Nederduits-Gereformeerde kerk van Oudenbosch pas in 1653 startte.

Uit dit huwelijk:

III-a : Lucia Peters "Sycke" Brabers, geboren te Oudenbosch in 1654 of 1655 (RK), overleden te Oudenbosch in 't Oudland op 10 november 1709, dochter van Petrus Adriaenssen den Braber (II) en Elysabetha Cornelissen.

De doop van Sycke is niet gevonden door een hiaat in het doopboek van 1650 tot 1660. In de hoofdgeldregisters van 1688 wordt ze vermeld als 34 jaar en in 1697 als 42 jaar, zodat haar geboortejaar rond 1654/1655 moet liggen. Zij werd als doopgetuige in 1694 en in 1705 vermeld.

Zij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 26 maart 1678 en getrouwd aldaar (NG), ondertrouwd aldaar op 26 maart 1678 en getrouwd aldaar op 13 april 1678 voor de kerk (RK) (1) met Joannes Willems Jansz "Jan" van de Veewey, kleermaker (1682-1683), gedoopt te Oudenbosch op 26 mei 1643 (RK) (doopgetuigen waren Adrianus Gijsbrechts en Cornelia Janssen), overleden te Oudenbosch op 6 oktober 1703, zoon van Willem Jansen en Martina Laureynssen.

Hij wordt vermeld als Jan Willemen en vrouw in de hoofdgeldlijsten van Oudenbosch (1662-1703), wonende in 't Oudland. In 1664 voor het eerst met zijn vrouw. In de periode 1682 t/m 1686 woont zijn schoonvader Peeter Adriaensen den Braber in. In 1682 en 1683 wordt hij Jan Willemen Cleermaecker genoemd; hij zal in die tijd dat beroep hebben uitgevoerd. In 1684 droeg hij drie karolusguldens bij aan de bouw van de eerste Oudenbossche schuurkerk. In 1688 woonde 'van arme' een zekere Cornelis Buys (16 jaar oud) bij Jan en Sycke. In de periode 1694 t/m 1697 wordt ook een zoon vermeld. Dan hebben zij de dertienjarige knecht Aernoldus en de zestienjarige meid Tanneken Peeters Bodaff in dienst. In de zomer van 1697 pachtte hij van Johan van Oekelen vijf gemet land in de Buitenloos, dat gedeelte in het noordoosten van het Oudland dat grenst aan de St. Maartenspolder. Het daaropvolgende jaar kocht Jan van herbergier Hendrik Laats vijf gemet land. Twee maanden later leende hij - met als borg Cornelis Schijvenaers - tegen 5% rente 200 karolusguldens van 'oud-borgemeester' Wijnant van Dun. Misschien had hij dit geld - omgerekend naar de waarde van nu ca. 3 ton - nodig om de zojuist gemelde aankoop van land of de bouw van een huis of boerderij te kunnen betalen. Tussen 1700 en 1703 wordt hij Jan Willemen van de Veewij genoemd; hij zal in die tijd veehouder zijn geweest.
(Hij is eerder getrouwd te Sprundel op 30 maart 1664 voor de kerk (RK) met Catharina Adriaansen "Catelijn" Schijvenaar, gedoopt te Sprundel op 22 november 1643 (RK) (doopgetuigen waren Antonius Joannis en Barbara Cornelii), overleden in het jaar 1677, dochter van Adrianus Adriani Schijvenaer en Catharina Antonii.)
Zij woonden vlak naast Jan Peeters van de Hoeve en zijn vrouw Adriaentje Jan Vriends in het Oudland van Oudenbosch (1697). Na het overlijden van Jan van de Veewey en van Adriaentje Vriends ongeveer tegelijk in september/oktober 1703, huwde Lucia Peeters Brabers met Jan Peeters van de Hoeve.

Uit dit huwelijk:

Zij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 9 mei 1704 (NG) (2) met Jan Peterssen Fransen van de Hoeven, geboren te Etten rond 1658, overleden in 1718 of 1719, zoon van Peeter Fransz Vande Hoeve.

Hij wordt vermeld als Jan Prs vande Hoeve met vrouw in de hoofdgeldlijsten van Oudenbosch (1704-1705), wonende in 't Oudland. Hij zal rond 1718/1719 gestorven zijn, want vanaf 1719 komt zijn naam niet meer voor in de hoofdgeldlijsten.
(Hij is eerder in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 23 oktober 1688 en getrouwd aldaar (NG) met Ariaentje Jan Vriends, afkomstig uit Rijsbergen, geboren in 1641 of 1642, overleden te Oudenbosch op 5 september 1703. (Zij was weduwe van Willem Antonissen Vroegen, afkomstig uit Hoeven, overleden voor 1688.))


III-b : Adrianus Peeterssen Braber(s), geboren te Oudenbosch, gedoopt aldaar op 30 november 1663 (RK), overleden te Hoeven op 28 april 1701, zoon van Petrus Adriaenssen den Braber (II) en Elysabetha Cornelissen.

Op 30 november 1663 werd te Oudenbosch gedoopt Adriaen Peetersz Brauers als wettige zoon van Petrus Brauers en Elysabetha Cornelissen. Gelet op het feit dat ook zijn oudste zoon bij zijn geboorte ook Brauwer genoemd werd en er geen andere dopen in deze tijd zijn van een Adriaen, zoon van een Petrus, is dit vermoedelijk de juiste doopakte. Enige voorbehoud blijft wel op zijn plaats. Ten tijde van de volkstelling van 1688 woonde Adriaen niet in Oudenbosch. Waarschijnlijk woonde en werkte hij toen elders. Op 24 februari 1690 pachtte hij van Jan Anthony van Stembor 2 gemet land in het Oudland voor vijf jaren 'waervan 't eerste inganck neme sal Ste Meertens' (=11 november 1690). De pachtsom was niet gering: achttien gulden per jaar, ongeveer een half jaarloon van een modale arbeider in die tijd. Hij wordt vermeld als Adriaen Peeterssen Braber met vrouw in de hoofdgeldlijsten van Oudenbosch tussen 1693 en 1700, wonende in 't Oudland. In september 1697 wordt hij vermeld als 32 jaar oud. Er woonde toen ook een veertien-jarige knecht in huis, die Henderick heette. Adriaen is vlak na de eeuwwisseling naar Hoeven verhuisd, waar hij op 37-jarige leeftijd op 28 april 1701 overleed, drie maanden voor de geboorte van zijn jongste zoon, die naar zijn overleden vader Adrianus werd genoemd.

Hij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 3 januari 1693 en getrouwd aldaar (NG) met Sophia Cornelissen "Soetje" Smout(s), geboren te Rucphen rond 1667 [n.a.] (RK), overleden te Oudenbosch op 31 januari 1740, begraven aldaar op 3 februari 1740, dochter van Cornelis Smout.

Soetje kwam oorspronkelijk uit Rucphen, maar woonde ten tijde van haar huwelijk in Hoeven. In 1697 werd ze vermeld te Oudenbosch, 31 jaar oud.
(Zij is later in ondertrouw gegaan te Hoeven op 9 december 1701 en getrouwd aldaar op 8 januari 1702 (NG), ondertrouwd aldaar op 9 december 1701 voor de kerk (RK) met Joannes Christiaenssen van der Heyden, geboren te Hoeven, begraven aldaar op 5 november 1731, zoon van N.N..)

Uit dit huwelijk:

IV-a : Elisabetha "Leijsebet" Adriaenssen den Braber ook genaamd van der Heyden, gedoopt te Oudenbosch op 5 september 1694 (RK), overleden aldaar op 9 oktober 1761, begraven aldaar op 12 oktober 1761, dochter van Adrianus Peeterssen Braber(s) (III-b) en Sophia Cornelissen "Soetje" Smout(s).

Lijsbet werd gedoopt als Elisabetha Adriaenssen Peeters Brabers. Na het tweede huwelijk van haar moeder Soetje in 1702 werd zij ook wel naar haar stiefvader Lijsbeth van der Heijden genoemd.

Zij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 21 december 1715 en getrouwd aldaar op 5 januari 1716 (NH) (1) met Adrianus Janssen "Adriaan" Wijnen, geboren te Oudenbosch in 't Oudland, gedoopt te Oudenbosch op 18 maart 1691 (RK), overleden aldaar op 4 december 1719 (in Outlant), begraven aldaar op 7 december 1719, zoon van Johannes "Jan" Cornelis Wijnen en Cornelia Jansen Gommers (Gommeren).

Uit dit huwelijk:

Zij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 23 maart 1720 en getrouwd te Rucphen op 25 februari 1721 (ook akte Rucphen 2-2-1721) (NG) (2) met Joannes Cornelissen "Jan" Francken, geboren te Oudenbosch, gedoopt aldaar op 21 april 1694 (RK) (doopgetuigen waren Hermannus Andriessen en Cornelia Luycken), overleden te Oudenbosch op 13 september 1776, begraven aldaar op 16 september 1776, zoon van Cornelis Francken en Maria Jacobs van Ruckven.

Jan was bouwman.
(Hij is later in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 2 oktober 1762 en getrouwd aldaar op 17 oktober 1762 (NG), ondertrouwd op 2 oktober 1762 en getrouwd te Oudenbosch op 17 oktober 1762 voor de kerk (RK) met Janneke Marijnisse van Hulsdonk, geboren te Schijf onder Rucphen, overleden na 1776.)
Door de vroegtijdige dood van Adriaen Wijnen heeft haar eerste huwelijk nog geen vier jaar geduurd. Goed drie maanden na de dood van Adriaen ging Lysbeth op 23 maart 1720 in ondertrouw met Jan Francken uit 'Segge'. Maar dat huwelijk ging voorlopig niet door, want de drossaard Abraham Kip stak daar na het eerste gebod een stokje voor. Op 6 april 1720 is namelijk een acte van insinuatie en interdictie opgesteld door de drossard Kip, waarin vermeld werd dat Lijsebeth van der Heijde weduwe van wijlen Adriaan Wijnen permissie heeft gevraagd om een huwelijk te sluiten met Jan Cornelis Franken. Zij meldde dat zij reeds 7 maanden weduwe geweest was, terwijl dit dus slechts 3 maanden was. Adriaan Wijnen was immers op 4 december 1719 te Oudenbosch overleden. De drossaard vraagt de predikant Hochede via deze acte het huwelijk op te houden tot naderorder en dispositie.
Op 30 januari 1721 vond de boedelverdeling en voogdtoewijzing van de overleden Adriaan Wijnen en Lysebet Adr. Brabers plaats (RA. Oudenbosch).
Het paar was toen al bijna een jaar in ondertrouw geweest, terwijl 15 dagen de normale periode was. Op 25 februari 1721 trouwden ze uiteindelijk.
Vanaf eind 1734 exploiteerden Jan Francken als tavernier tezamen met zijn vrouw Lysbeth voor eigenaar Hermen van Etten uit het Oudland de herberg Schuttershof aan de toenmalige Doelstraat. Jan Francken had de taveerne op de publieke veiling eerst zelf gekocht van Maria Battij-van Vlimmeren maar hij kon het geld niet bij elkaar krijgen. Hij vond de Oudlandse boer Herman van Etten bereid zijn aankoop meteen over te nemen, al moest hij 11% van de koopsom laten vallen. In ieder geval kon hij de exploitatie van de herberg voortzetten. Op Oudejaarsavond van 1742 werden alle inwonenden van de herberg "Schuttershof" met de dood bedreigd door Pieter Jansen van der List uit Etten, alias Piet Jan Truykens, bijgenaamd 'de fitsenvanger' (=bunzingenstroper). Hij beweerde dat hij nog geld tegoed had van Jan Francken, maar omdat deze niet thuis was, greep hij bij de deur diens zoon Adriaan bij de kraag en schudde hem heen en weer met de dreigende woorden: 'Verdoemde schelm, ik sal oew dezen nagt vermoorden'. Ondanks het feit dat hij een kan bier kreeg van Lysbeth om hem wat te kalmeren, dreigde hij vervolgens via Geert Hopmans, die in de herberg logeerde, naar de andere aanwezigen in de herberg: 'Ik zal te nagt ten elf, twaalf of een uur als gij alle slaapt het huys op seven plaatsen in den brand steken' en hem gemoedelijk op de knie kloppend voegde hij daar nog aan toe: 'Ik sal jouw daar ook in verbranden'. Alvorend dit voornemen ten uitvoer te brengen besloot Pieter eerst op zoek te gaan naar Jan Francken. Kort na middernacht bereikten het ruziënde tweetal de herbeg, waar Pieter van der List bekende dat hij klaar gestaan had om iedereen met een mes te vermoorden, 'maar God had het hem belet', zo zei hij. Deze bekentenis heeft hem weinig geholpen. Hij werd gearresteerd door de gemeentevorsters (veldwachters) Willem Smits en Jan van Oers. Op de pijnbank bekende hij drossaard Banier nog meer misdrijven, waaronder veediefstal, messentrekkerij en 'drijgementen van moort'. De Schepenbank veroordeelde hem op 30 januari 1743 dan ook 'om gebragt te worden ter plaatse alwaar men alhier gewoon is executies van criminele justitie te doen, en aldaar ten afschrik en exempel voor andere door den scherpregter met de koorde gestraft te worden dat er de dood na volgt'. Het vonnis is op 2 februari 1743 voltrokken en werd Pieter van der List opgehangen aan de galg tegenover het toenmalige gemeentehuis aan de Markt. (RA.47 Oudenbosch, 1-1-1743: dreiging tot moord op o.a. Leysabet den Braber en akten 26 januari tot 1 februari 1743).

Uit dit huwelijk:

IV-b : Cornelius Adriaensen den Braber ook genaamd de Backer, gedoopt te Oudenbosch op 2 april 1697 (RK), overleden te Hoeven op 1 juni 1741, zoon van Adrianus Peeterssen Braber(s) (III-b) en Sophia Cornelissen "Soetje" Smout(s).

Cornelis stierf vier maanden voor de geboorte van zijn negende kind, een zoon die naar hem vernoemd werd en ons aller stamvader is geworden.

Hij is in ondertrouw gegaan te Gastel (en ook te Dinteloord) op 9 mei 1722 en getrouwd te Gastel (en ook op 24-5-1722 te Dinteloord) op 25 mei 1722 (NG), ondertrouwd te Oud Gastel op 9 mei 1722 en getrouwd aldaar op 25 mei 1722 voor de kerk (RK) met Maria Jacobse van Braght, gedoopt te Gastel (NB) op 22 september 1697 (RK) (doopgetuigen waren Cornelius Tollenaers en Joanna Aerts), overleden te Hoeven op 15 oktober 1747, dochter van Jacobus Adriaansen van Bracht en Elisabetha "Leysbet" Adriaansen Tollenaers.

Maria is vlak voor haar oudste zoon eind 1747 gestorven. Vermoedelijk zijn zij beiden gestorven aan de pest, die in de jaren 1747-1749 veel slachtoffers rondom Oudenbosch maakte onder de bevolking en het vee.
Ten tijde van zijn huwelijk woonde Cornelis al in Oud Gastel. De afkondigingen vonden zowel plaats in Gastel als Dinteloord. Cornelis wordt bij de doop van kinderen in 1723 en 1726 'Cornelis de Brauwer' genoemd. Bij de dopen in 1728 en 1731 wordt hij 'Cornelis de Bakker' genoemd. Dit laatste kan er op duiden dat hij bakker of bakkersknecht is geweest. In 1735 verhuisde het gezin van Gastel naar het gebied tussen Hoeven en Etten, want bij de doop van de laatste kinderen te Hoeven staat vermeld 'parentes habitant sub Etten'.

Uit dit huwelijk:

V-a : Laurentius "Laurijs" Brabers (den Braber), arbeider, gedoopt te Oud Gastel op 21 februari 1726 (RK), begraven te Zevenbergen op 17 augustus 1776, zoon van Cornelius Adriaensen den Braber (IV-b) en Maria Jacobse van Braght.

Laurijs werd gedoopt als Laurentius de Brouwer.

Hij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 7 april 1759 en getrouwd aldaar op 22 april 1759 (NG), ondertrouwd aldaar op 7 april 1759 en getrouwd aldaar op 23 april 1759 voor de kerk (RK) met Antonia (Anthonetta) van Blerck, arbeidster, gedoopt te Oudenbosch op 12 januari 1728 (RK) (doopgetuigen waren Cornelis Aertsen en Catharina van Blerck), begraven te Zevenbergen op 19 juli 1776, dochter van Antonius van Blerck en Anna "Jenneken" Gol (Gal).
(Zij was weduwe van Pieter Hamel, overleden voor 1759.)

Laurijs en Antonetta wonen na hun huwelijk aanvankelijk aan de zuidzijde van de 'cuype' (=kom) van Oudenbosch. Na de geboorte van het tweede kind trokken ze omstreeks 1763 naar Zevenbergen, waar hij als daggelder ging werken. Daar werden nog drie kinderen geborem, twee meisjes en een jongen. In de zomer van 1776 zijn Laurijs en Antonetta kort na elkaar overleden. Aangezien de enige zoon uit dit gezin vermoedelijk op jonge leeftijd is overleden, sterft deze tak vroegtijdig uit.

Uit dit huwelijk:

V-b : Theodorus "Dirk" den Braber, gedoopt te Oud Gastel op 6 februari 1734 (RK), overleden te Oudenbosch op 13 april 1800, zoon van Cornelius Adriaensen den Braber (IV-b) en Maria Jacobse van Braght.

In 1799 werd Dirk de enige erfgenaam van zijn ongehuwde zuster Elisabeth. Hij zal er niet rijk van geworden zijn; volgens haar testament bezat ze minder dan vijfhonderd gulden. Hij overleed net een jaar later.

Hij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 20 januari 1770 en getrouwd aldaar op 4 februari 1770 (NG), ondertrouwd aldaar op 20 januari 1770 en getrouwd aldaar op 4 februari 1770 voor de kerk (RK) met Adriana van Loock, geboren te Groeningen (NB) [bij Vierlingsbeek] rond 1733 (RK), overleden te Oudenbosch op 11 april 1798.

Adriana is afkomstig uit Groningen of Groeningen. Vermoedelijk wordt Groeningen bij Vierlingsbeek bedoeld.
Volgens de hoofdgeldlijsten kwam Dirk in 1760 in Oudenbosch wonen, vlakbij de kerk in de Kerkstraat (=St. Bernaertsstraat). Hij werd vader van één zoon, die op jonge leeftjd overleden is. Hij werd niet meer genoemd in de hoofdgeldlijst van 1779. Hierdoor loopt deze tak van de stamboom dood.

Uit dit huwelijk:

V-c : Cornelius den Braber, geboren te Etten, gedoopt te Hoeven op 6 oktober 1741 (posthumus) (RK), overleden te Oudenbosch op 5 september 1783, begraven aldaar op 9 september 1783, zoon van Cornelius Adriaensen den Braber (IV-b) en Maria Jacobse van Braght.

Cornelis werd 4 maanden na het overlijden van zijn vader geboren en zal daarom ook naar hem zijn vernoemd.

Hij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 29 april 1769 en getrouwd aldaar op 10 mei 1769 (NG), ondertrouwd aldaar op 29 april 1769 en getrouwd aldaar op 14 mei 1769 voor de kerk (RK) met Catharina van Sundert, geboren te Oudenbosch op 18 september 1743, gedoopt aldaar op 18 september 1743 (RK) (doopgetuigen waren Johannes Jongenelen, Catharina Smaut i.p.v. Johanna van Dun), overleden te Oudenbosch op 18 januari 1822, dochter van Cornelis Jansen van Sundert en Johanna Cornelissen Jongeneelen.

Bij het overlijden werd als leeftijd 85 jaar vermeld terwijl zij 78 jaar was; tevens werd als moeder Catharina Jongenelen genoemd.
Cornelis woonde volgende de hoofdgeldlijsten van Oudenbosch met zijn gezin aan de noordzijde van het dorp. Op tweede Kerstdag van 1769 werd Joanna samen met haar tweelingbroer Cornelis in allerijl door de pastoor gedoopt, omdat ze te vroeg geboren waren. Ze hebben beiden niet lang geleefd, aangezien zij niet meer vermeld worden in de hoofdgeldlijst van 1770. In oktober 1770 werd weer een tweeling geboren, waaronder ook een Joanna. Haar tweelingbroertje kwam kort na middernacht ter wereld; in het doopboek is vermeld dat hij, na door de vroedvrouw gedoopt te zijn, terstond overleden is. Ook Joanna zal ook niet langgeleefd hebben, want van haar is niets meer vernomen. In de jaren daarop worden nog vier kinderen geboren: drie jongens en één meisje. Over het lot van deze dochter Maria is niets bekend, maar ze leefde nog wel in 1779.

Uit dit huwelijk:

VI-a : Maria Brabers, geboren te Oudenbosch op 27 december 1759, gedoopt aldaar op 27 december 1759 (RK), overleden te Standdaarbuiten op 12 augustus 1821, dochter van Laurentius "Laurijs" Brabers (den Braber) (V-a) en Antonia (Anthonetta) van Blerck.

Zij is in ondertrouw gegaan te Standdaarbuiten op 8 januari 1785 en getrouwd aldaar op 23 januari 1785 (NG), getrouwd aldaar voor de kerk (RK) met Cornelis Zwavels, arbeider, geboren te Standdaarbuiten op 8 mei 1754, overleden aldaar op 15 november 1827, zoon van Cornelis Cornelisse Swavels en Anna "Anneke" Pieterse Amans (Naijmans).

Na de dood van zijn vader nam hij het beheer van de watermolen over. Ze woonden op de Molendijk te Standdaarbuiten.
(Hij is eerder in ondertrouw gegaan te Standdaarbuiten op 22 april 1781 en getrouwd aldaar op 6 mei 1781 (NG) met Pieternella Huysmans, geboren te Terheyden, overleden te Standdaarbuiten op 3 mei 1784.)
Maria en Cornelis woonden halverwege Standdaarbuiten en Zevenbergen in de Molendijk, waar Cornelis na de dood van zijn vader de watermolen ging beheren. Hun kinderen Cornelis en Petronella woonden ongehuwd samen in Molendijk, naast Antonetta en Willem Simons.

Uit dit huwelijk:

VI-b : Anna Brabers (den Braber), geboren te Oudenbosch op 8 februari 1762, gedoopt aldaar op 8 februari 1762 (RK), overleden aldaar op 10 september 1843, dochter van Laurentius "Laurijs" Brabers (den Braber) (V-a) en Antonia (Anthonetta) van Blerck.

Anna bracht haar jeugd in Zevenbergen door.

Zij is in ondertrouw gegaan te Zevenbergen op 27 juli 1787 en getrouwd te Oudenbosch op 12 augustus 1787 (en Zevenbergen) (NG) met Adrianus de Bakker, bakker, geboren te Oudenbosch op 30 oktober 1762, gedoopt aldaar op 30 oktober 1762 (RK) (doopgetuigen waren Bernardus Bogaers en Joanna Bogaers), overleden te Oudenbosch op 6 juni 1840, zoon van Martinus "Markus" de Backer en Catharina Bogaarts (Bogers).

Ten tijde van zijn huwelijk woonde Adriaan de Backer in Princenhage. Adriaan was oorspronkelijk bakkersknecht. Later werd hij verwer (=huisschilder) en glasemaaker.
De eerste jaren van hun huwelijk woonden Adriaan en Anna in Oud Gastel. In april 1794 leende Adriaan tegen een rente van 'twee guldens en tien stuijvers' 150 gulden bij zijn vader Marcus om een huis te kunnen kopen in het Achterstraatje (=Oost-Vaardeke) in Oudenbosch. Adriaan en Anna zijn bijna 53 jaar getrouwd geweest.

Uit dit huwelijk:

VI-c : Antonia (Antonetta) Brabers (den Braber), gedoopt te Zevenbergen op 15 juni 1764 (RK), overleden aldaar op 3 april 1842, dochter van Laurentius "Laurijs" Brabers (den Braber) (V-a) en Antonia (Anthonetta) van Blerck.

Antonia werd ook wel Antonetta genoemd. Tot haar huwelijk heeft zij als dagloonster op het land gewerkt.

Zij is in ondertrouw gegaan te Zevenbergen op 21 januari 1791 en getrouwd aldaar op 6 februari 1791 (NH) met Matthias "Matthijs" Roelen, schoenmaker, geboren te Zevenbergen op 3 februari 1766, gedoopt aldaar op 3 februari 1766 (RK) (doopgetuigen waren Joanna Maria Breeck en Adrianus van Sundert), overleden te Zevenbergen op 12 maart 1841, zoon van Michaelis Adriaanse Roelen en Johanna Mattijsse Breek.

Matthijs was schoenmaker. Hij had samen met Antonia een schoenmakerij in de Kerkstraat te Zevenbergen. Matthijs stierf één maand na zijn gouden bruiloft.

Uit dit huwelijk:

VI-d : Cornelis Cornelisse den Braber, geboren te Oudenbosch op 5 augustus 1772, gedoopt aldaar op 5 augustus 1772 (RK), overleden aldaar op 14 december 1828, zoon van Cornelius den Braber (V-c) en Catharina van Sundert.

Cornelis was werkman; dit is een geschoold (hand)arbeider. Hij had een aannemersbedrijfje in de Polderstraat.

Hij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 5 juni 1802 en getrouwd aldaar op 20 juni 1802 (SB), getrouwd aldaar op 20 juni 1802 voor de kerk (RK) met Susanna Janse de Wild(t), werkvrouw, gedoopt te Oudenbosch op 5 februari 1764 (RK) (doopgetuigen waren Laurentius de Wilt en Joanna van den Oudenhoven), overleden te Oudenbosch op 30 januari 1855, dochter van Joannes "Jan" de Wildt en Joanna van den Oudenhoven.

Susanna stierf 1 week voor haar 91-ste verjaardag.
Cornelis en Susanna woonden in de Polderstraat. Eind 1828 overlijden Cornelis en zijn oudste dochter vlak na elkaar. Het ligt voor de hand dat dit ten gevolge van een besmettelijke ziekte is geweest.

Uit dit huwelijk:

VI-e : Johannes "Jan" den Braber, geboren te Oudenbosch op 28 juni 1774, gedoopt aldaar op 28 juni 1774 (RK), overleden aldaar op 21 november 1818, zoon van Cornelius den Braber (V-c) en Catharina van Sundert.

Hij is in ondertrouw gegaan te Oudenbosch op 15 oktober 1803 en getrouwd aldaar op 30 oktober 1803 (SB), getrouwd aldaar op 30 oktober 1803 voor de kerk (RK) met Cornelia Jongeneelen, geboren te Oudenbosch op 21 september 1772, gedoopt aldaar op 21 september 1772 (RK) (doopgetuigen waren Sebastianus Jongenelen en Lucia van den Bimt), overleden te Oudenbosch op 13 september 1812, dochter van Gaspar Antonisse "Jasper" Jongenelen en Anna Cornelia Buys.

Jan en Cornelia woonden is het Calishoek. Alle leden van dit gezin zijn relatief jong gestorven. Als eerste Maria Jongeneelen in 1812 op 39-jarige leeftijd. Zes jaar later stierf Jasper, net 11 jaar oud. In hetzelfde jaar nog stierf Jan op 44-jarige leeftijd. Zoon Cornelis, die in Oud Gastel woonde en werkte, werd slechts 19 jaar.

Uit dit huwelijk:

VI-f : Adriaan den Braber, geboren te Oudenbosch op 19 maart 1779, gedoopt aldaar op 19 maart 1779 (RK), overleden aldaar op 5 februari 1836, zoon van Cornelius den Braber (V-c) en Catharina van Sundert.

Adriaan was arbeider en werkman.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 21 augustus 1811, getrouwd aldaar op 21 augustus 1811 voor de kerk (RK) met Johanna Catharina Sameys, geboren te Zierikzee (Ze) op 15 januari 1784, gedoopt aldaar op 15 januari 1784 (RK) (doopgetuigen waren Petrus Pejob en Johanna Luyck), overleden te Oudenbosch op 7 december 1861, dochter van Johannes Baptist Samaas en Anna Catharina de Weever.

Johanna was bij haar huwelijk dienstbode en later arbeidster en werkvrouw. Haar naam werd op vele manieren geschreven: Sameys, Samaes, Smeys, Smijs, Sammeys, etc.
(Zij had een buitenechtelijke relatie met Petrus Kokken, gedoopt te Halsteren op 26 augustus 1786, zoon van Michael Kokken en Catharina Melssen.)
Adriaan en Johanna woonden aan het Moleneind (d.i. de huidige Molenstraat). Hun jongste dochter Anna, die tien jaar oud was toen haar vader stierf, bleef na haar huwelijk in 1849 in het ouderlijk huurhuisje wonen. Haar moeder Johanna bleef ook daar wonen tot haar dood eind 1861.

Uit dit huwelijk:

VII-a : Johanna den Braber, geboren te Oudenbosch op 11 december 1806, gedoopt aldaar op 11 december 1806 (RK), overleden aldaar op 14 juni 1900, dochter van Cornelis Cornelisse den Braber (VI-d) en Susanna Janse de Wild(t).

Johanna was arbeidster. Zij bleef na haar huwelijk met Piet Meijers bij haar aleenstaande moeder wonen.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 17 april 1836 met Pieter Meijers, arbeider en werkman, geboren te Rucphen op 24 februari 1811, overleden te Oudenbosch op 25 oktober 1857, zoon van Johannes Meijers en Goverdina Dingena Leyse (Leijssen).

Pieter was arbeider, werkman. Hij ging werken bij Cornelis den Braber in Oudenbosch. Cornelis den Braber had een aannemersbedrijfje in de Polderstraat. In 1830 wordt hij vrijgesteld van de Nationale Militie wegens lichaamsgebreken. Zijn signalement luidde toen: lengte 1.71 meter, ovaal aangezigt, rond voorhoofd, blauwe ogen, gewone neus en mond, spitse kin, bruin haar en wenkbrauwen, geen merkbare kenteken.
In 1836 trouwt hij met Johanna, de dochter van Cornelis den Braber.

Bij zijn overlijden staat als moeder vermeld "Petronella Kuik"; mogelijk is zijn vader hertrouwd.
Johanna woonde voor haar huwelijk samen met haar alleenstaande moeder Susanna de Wildt in de Polderstraat. Piet Meijers trok na het huwelijk daar in. In 1877 kocht zij het huis van haar neef Cornelis den Braber (1814-1878) aan de Moleneind. Ma de dood van Johanna werd dit huis door haar kinderen voor driehonderd gulden verkocht aan de winkelierster Maria Warmoes (bronnen: NAO nr.808, akte 1924 d.d. 29 juli 1900 en nr.809, akte 1929, d.d. 3 augustus 1900 [notaris Herman Scholten]).

Uit dit huwelijk:

VII-b : Johanna Catharina den Braber, geboren te Oudenbosch op 7 september 1812, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 2 juni 1889, dochter van Adriaan den Braber (VI-f) en Johanna Catharina Sameys.

Johanna was dienstmeid, toen zij op 21 jarige leeftijd een buitenechtelijke zoon kreeg. Tweeënhalf jaar later trouwt ze met Hendrik Capitijn. Later stond ze nog vermeld als arbeidster en werkvrouw.

Haar zoon van een onbekende man:

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 23 mei 1836 (2) met Henricus Capitijn (Kaptein Kapiteyn), geboren te Oudenbosch op 22 juli 1809, gedoopt aldaar op 22 juli 1809 (RK) (doopgetuigen waren Franciscus van Hal en Cornelia Vlugge), overleden te Oudenbosch op 10 maart 1858, zoon van Cornelius Capiteyn en Lucia Dingenouts.

Hendrik was arbeider en later schippersgezel. Hij werd in 1826 vrijgesteld van de Nationale Militie, maar hij diende later toch bij de 4e compagnie, 2e afdeling, 1e bataillon. Zijn commandant geeft bij zijn huwelijk toestemming aan 'Cornelis Capiteyn' om te trouwen met Johanna Catrina den Braber.
Zijn signalement (nationale militie) in 1828 luidde: lengte 1,59m, rond aangezicht, plat voorhoofd, blauwe ogen, spitse neus, gewone mond, ronde kin, bruin haar en wenkbrauwen, geen merkbare tekenen.
Hendrik en Johanna woonden in het Achterstraatje. Met uitzondering van hun dochter Maria werden hun kinderen bij de burgerlijke stand ingeschreven als Kaptein of Kapiteyn. Omdat Johanna en Hendrik net als de meesten van hun generatiegenoten uit 'ongeleerdheid' niet konden lezen of schrijven, konden zij niet controleren of de ambtenaar bij de aangifte een schrijffout maakte.

Uit dit huwelijk:

VII-c : Cornelis den Braber, arbeider, geboren te Oudenbosch op 11 oktober 1814, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 19 april 1878, zoon van Adriaan den Braber (VI-f) en Johanna Catharina Sameys.

Cornelis was werkman en arbeider. Hij heeft 7 jaar gediend in de Nationale Militie van 1835 tot 1842 te Oudenbosch bij de 17e afdeling infanterie. Dit onderdeel was van februari 1817 tot december 1861 in Oudenbosch gelegerd. Na zijn militaire dienst trouwde hij met de weduwe Mijntje van Toren.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 13 februari 1843, getrouwd aldaar voor de kerk (RK) met Willemyna "Mijntje" van Toren, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 11 januari 1807, gedoopt aldaar op 11 januari 1807 (RK) (doopgetuigen waren Cornelius Romsam en Cornelia van Halle), overleden te Oudenbosch op 22 mei 1873, dochter van Cornelis van Thoor en Johanna Corsmit.
(Zij is eerder getrouwd te Oudenbosch op 19 oktober 1837 met Johannes Günter (Kunter), particulier en koopman, geboren te Ransbach (diocees Limburg/Hertogdom Nassau) op 15 september 1808, gedoopt aldaar op 17 september 1808 (RK), overleden te Oudenbosch op 19 oktober 1837 (19 uur), zoon van Johannes Gunter en Maria Freund.)

Cornelis woonde met zijn gezin aan de westzijde van het Moleneind, waar hij op 21 september 1846 voor negentig gulden van de weduwe Joanna Magielse een huisje, groot 28 ellen (=23 centiaren), gekocht had. Het toeval wil dat dat huisje ten tijde van de verkoop van dertig cent per week verhuurd werd aan Bernardus van Peer, de latere schoonvader van Cornelis' beide zonen Adriaan en Nil. Laatstgenoemde is in dit huis geboren, evenals zijn enige zuster, die evenwel maar zeven jaar oud geworden is. Volgens het kadaster verkocht Cornelis dit huis één jaar voor zijn dood aan zijn nicht Johanna den Braber (1806-1900). Hoeveel er toen voor betaald werd, kon niet achterhaald worden. Cornelis, die in 1873 weduwnaar was geworden, ging toen even verderop in het Moleneind bij zijn zoon Adriaan wonen.

Uit dit huwelijk:

VII-d : Maria den Braber, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 15 november 1816, gedoopt aldaar (RK), overleden te Dinteloord en Prinsenland op 4 februari 1896, dochter van Adriaan den Braber (VI-f) en Johanna Catharina Sameys.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 6 februari 1842 met Johannes "Jan" Jansen, arbeider, gedoopt te Oud Gastel op 11 juni 1807 (RK), overleden te Dinteloord en Prinsenland op 22 april 1853, zoon van Willem Jansen en Wilhelmina Ecto (Cets).

Jan heeft zijn Nationale Militie vervuld bij de 5e afdeling Infanterie van 1826 tot 1830 te Oud Gastel.
Jan en Maria woonden aanvankelijk in Oudenbosch, maar na een kort verblijf in de St. Maartenspolder (gem. Hoeven) verhuisden zij in 1848 naar Dinteloord. Maria en Jan kregen 5 kinderen en maar liefst 41 kleinkinderen. Drie van de 5 kinderen trouwden met kinderen uit het gezin De Bruijn-Van Tilburg.

Uit dit huwelijk:

VII-e : Johannes "Jan" den Braber, geboren te Oudenbosch op 7 februari 1823, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 13 oktober 1905, zoon van Adriaan den Braber (VI-f) en Johanna Catharina Sameys.

Jan is arbeider en dagloner geweest. Hij is in 1842 vrijgesteld van de Nationale Militie uit hoofde van 5 jarige broederdienst (Oudenbosch).

Jan was arbeider en dagloner. In 1842 werd hij vrijgesteld van de Nationale Militie uit hoofde van 5-jarige broederdienst door zijn broer Cornelis.
Jan verbleef de laatste jaren van zijn leven als bestedeling in het St. Elisabeth Gasthuis.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 17 juli 1853 met Jacoba Heynen, geboren te Oudenbosch op 22 maart 1826 (RK) (doopgetuigen waren Joannes Heynen en Joanna Lauwen), overleden te Oudenbosch op 13 november 1897, dochter van Petrus Heynen en Maria Kalis.

Jacoba was arbeidster.
Begin 1859 verhuisden Jan, zijn hoogzwangere vrouw Jacoba en hun oudste zoon Ariaan naar Bosschenhoofd. Daar schonk Jacoba het leven aan een meisje, dat doofstom ter wereld kwam, en twee jaar later aan een tweeling, die beiden als peuter overleden. In de zomer van 1863 keerde het gezin terug naar Oudenbosch, waar zij zich in het Groene Woud vestigden. Een aantal van hun kinderen en kleinkinderen zouden daar later ook gaan wonen. Dat gold niet voor hun zoon Toon. Hij is de eerste van dit geslacht die West-Brabant verliet om zijn geluk elders te zoeken. Daarom gingen zijn ouders in 1890 naar notaris Beausar om Toon schriftelijk toestemming te geven voor zijn huwelijk met Jannigjen Wiessenberg in het 'verre' Zutphen (Gld). Overigens is de naam van hun aanstaande schoondochter in deze akte verkeerd: Jannigjen Wiessenberg was Toon's schoonmoeder. Zijn vrouw luisterde naar de naam Jannigjen Roelofs.

Uit dit huwelijk:

VII-f : Anna den Braber, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 23 februari 1826, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 14 februari 1897, dochter van Adriaan den Braber (VI-f) en Johanna Catharina Sameys.

Anna was arbeidster. Zij bleef na haar huwelijken bij haar moeder in het Moleneind wonen. Daar verbleven uiteindelijk drie soorten kinderen:
1. 5 dochters van Jan Tompson en Anna;
2. 3 kinderen van Jan Mol en Adriana Michielsen (zijn 1e huwelijk);
3. 4 kinderen van Jan Mol en Anna (hun 2e huwelijk)
Begin 1870 woonden er in deze veel te kleine arbeiderswoning wel 9 kinderen uit drie huwelijken.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 3 mei 1849 (1) met Johannes "Jan" Tompson, arbeider, geboren te Oudenbosch op 13 maart 1819, overleden aldaar op 11 januari 1859, zoon van Johannes Tompson en Adriana Korsmit.

Jan was arbeider. Hij is in 1838 vrijgesteld van de Nationale Militie (Oudenbosch).

Uit dit huwelijk:

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 2 november 1859 (2) met Johannes "Jan" Mol, arbeider, geboren te Hoeven op 26 oktober 1815 (RK) (doopgetuigen waren Arnoldus Lips 29jr en Anthony Jongeneelen [51 jr]), overleden te Oudenbosch op 22 april 1885, zoon van Carolus Janze "Karel" Mol en Anna Theresia Cornelisse Tomas(sen).
(Hij is eerder getrouwd op 4 mei 1845 met Adriana Michielsen, arbeidster en werkvrouw, geboren te Roosendaal rond 1812, overleden te Oudenbosch op 19 juni 1858.)

Uit dit huwelijk:

VIII-a : Adriaan den Braber, geboren te Oudenbosch op 19 april 1844, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 16 maart 1891, zoon van Cornelis den Braber (VII-c) en Willemyna "Mijntje" van Toren.

Adriaan was landarbeider. Hij werd in 1864 vrijgesteld van de Nationale Militie wegens broederdienst door zijn stiefbroer Jan Kunter.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 15 april 1872 met Adriana "Jaan" van Peer, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 4 september 1844, overleden aldaar op 28 december 1886, dochter van Bernardus van Peer en Johanna Speek.

Jaan was de oudere zuster van Trina van Peer, die met Adriaan's jongere broer Cornelis trouwde. Jaan is op 42-jarige leeftijd in het kraambed overleden toen zij een doodgeboren kind ter wereld bracht.
Adriaan en Jaan woonde met hun gezin aan het Moleneind. Zijn vader Cornelis woonde zijn laatste levensjaar bij hen in. Adriaan en Jaan stierven beiden jong, namelijk op resp. 46- en 42-jarige leeftijd en lieten drie minderjarige kinderen achter, in leeftijd tussen de zeven en achttien jaar. Zijn zwagers Gerrit Dam en Marijn van Geel werden aangewezen als voogd, resp. toeziend voogd. De jongste dochter Jans werd voor de duur van zo'n tien jaar in een opvanghuis of pleeggezin in Breda geplaatst. De twee oudste kinderen Mijntje en Bernard zijn volgens het bevolkingsregister in het ouderlijk huis blijven wonen.

Uit dit huwelijk:

VIII-b : Cornelis "Nil" den Braber, geboren te Oudenbosch op 21 oktober 1847, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 11 maart 1890, zoon van Cornelis den Braber (VII-c) en Willemyna "Mijntje" van Toren.

Nil was arbeider. Hij wordt in 1867 vrijgesteld van de Nationale Militie wegens broederdienst, vervuld door zijn stiefbroer Jan Kunter. Op 22 maart 1870 wordt Cornelis opgepakt met 7 anderen wegens rellen en het plegen van rebellie (belediging met woorden etc.). Nil ontkende echter hier iets mee te maken te hebben en wordt vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 14 oktober 1872 met Hendrina "Trina" van Peer ook genaamd "Trieneke", arbeidster, geboren te Oudenbosch op 10 juli 1850, overleden aldaar op 10 mei 1902, dochter van Bernardus van Peer en Johanna Speek.

Met behulp van een hypothecaire lening kocht Nil in 1884 van burgemeester Josephus Klijn een huis met erf aan het Moleneind, groot 73 centiaren. Na Nil's dood sloot Trina bij dezelfde geldgever een tweede hypotheek van nog eens fl.260 af op het huis. Bij haar overlijden is het door de kinderen openbaar verkocht. Met een bod van fl.820 werd Dirk Heynen de nieuwe eigenaar. De inventaris, die naar aanleding van de dood van Trina werd opgemaakt, leert dat er ter waarde van fl.37,85 aan huisraad e.d. in huis was, maar daar moest nog wel een schuld van acht gulden af wegens het kopen van een klok bij Gerrit de Jager. Na de dood van Trina in 1902 werden haar schoonzoon Piet van Rijsbergen en haar zwager Gerrit Dam - de man van haar zuster Johanna - aangewezen als voogd, resp. toeziend voogd over de beide nog ongehuwde kinderen Nil en Ké. Uit de nalatenschap van Nil en Trina kregen de vijf nog levende kinderen ieder fl.30,85. Omdat kort voor deze boedelscheiding de oudste zoon Bernard door een ongeluk om het leven gekomen was, moest diens weduwe Maria Schenk dat delen met haar kinderen. Deze kregen elk 7 gulden en 71 cent.

Uit dit huwelijk:

VIII-c : Adrianus "Ariaan" den Braber, geboren te Oudenbosch op 18 augustus 1854, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 8 februari 1934 (St. Elisabeth Ziekenhuis), zoon van Johannes "Jan" den Braber (VII-e) en Jacoba Heynen.

Ariaan was arbeider. Hij heeft zijn dienstplicht vervuld bij de Nationale Militie van 1874 tot 1879. Daarna heeft hij als plaatsvervanger gediend te Rucphen vanaf 1880 bij het 3e regiment Infanterie te Bergen op Zoom.
Eind 1924 ging Ariaan na het overlijden van zijn vrouw bij Cornelis Rommers en Petronella Jacoba den Braber wonen. Dit is hooguit tot september 1929; Cornelis Rommers en zijn vrouw verhuisden toen naar Eindhoven. Ariaan werd toen opgenomen op de verzorgingsafdeling van het St. Elisabeth Gasthuis te Oudenbosch. Daar is Ariaan ruim vier jaar later gestorven.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 31 oktober 1881 met Maria "Mie" Sep, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 11 januari 1859, gedoopt aldaar (RK) (doopgetuigen waren Martinus van Dorst en Maria v.d. Luitgaarden), overleden te Oudenbosch op 17 december 1924, dochter van Johannes Sep en Cornelia van Dorst.

Ariaan en Mie gingen na hun huwelijk op de overgang van het Kaleshoek en het Groene Woud wonen, dat in de volksmond bekend stond en staat als 'De Drie Huskes'. In de familie gaat het verhaal rond dat Ariaan en Mie twintig of zelfs nog meer kinderen gehad zouden hebben. Zo erg was het niet, maar het waren er wel vijftien, waarvan er twee binnen het jaar na hun geboorte gestorven zijn. De overige kinderen sliepen samen op een open zolder, op en onder juten dekens; de jongens links van het luik, de meisjes aan de andere kant. Al met al was het dus bij Ariaan en Mie geen vetpot, hetgeen wellicht verklaart waarom hun zoon Piet in 1919 betrapt werd bij het stelen van wat brandhout bij een bejaarde boer in het Oudland. Deze armoede is mogelijk ook aanleiding geweest voor een aantal van Ariaan's kinderen West-Brabant definitief verlaten hebben. Jan en Mie trokken naar Limburg, Piëta en Anna naar Eindhoven en Toon - na een korte tussenstop in Limburg - naar Leiden. Samen met hun broers en zusters, die in Oudenbosch en omgeving bleven wonen, brachten zij 92 kleinkinderen voort.

Uit dit huwelijk:

VIII-d : Antonius "Toon" den Braber, arbeider, geboren te Hoeven op 14 maart 1863, overleden te Zwolle op 4 oktober 1933, zoon van Johannes "Jan" den Braber (VII-e) en Jacoba Heynen.

Hij was uit hoofde van broederdienst vrijgesteld, maar is als plaatsvervanger opgetreden en heeft gediend in de lichting van 1884. Toon was de eerste Den Braber die West-Brabant definitief verliet. Hij ging in Zutphen werken, waar hij in 1890 trouwde met de dienstbode Jannigjen Roelofs.

Hij is getrouwd te Zutphen (Gld) op 17 oktober 1890 met Jannigjen Roelofs, dienstbode, geboren te Hattem (Ge) op 14 september 1869, overleden te Zwolle op 31 augustus 1909, dochter van Derk Roelofs en Jannigjen Wiessenberg.

Uit dit huwelijk:

VIII-e : Johannes "Jan" den Braber, arbeider, geboren te Oudenbosch op 25 maart 1867, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 13 juli 1942, zoon van Johannes "Jan" den Braber (VII-e) en Jacoba Heynen.

Volgens de 'Naamlijst der jongelingen, die het Avond-Onderwijs bijwonen in het Instituut St. Louis' volgde Jan deze lessen in het schooljaar 1884-1885. Jan is vrijgesteld Nationale Militie wegens broederdienst 1887, echter is hij als nummerwisselaar in 1887 te Rucphen in dienst getreden bij het 3e regiment veldartillerie te Breda.

Hij is getrouwd te Hoeven op 1 juni 1891 met Willemyna "Mijntje" Schouw, arbeidster, geboren te Hoeven op 10 februari 1866, overleden te Oudenbosch op 30 maart 1951 (St. Elisabeth Gasthuis), dochter van Hendrik Schouw en Adriana Suykerbuyk.

Jaap Wittenaar uit Almelo vertelde (1997) dat zijn Oma Anna den Braber verteld had, dat tante Mijne uit Oudenbosch kwam bakeren als er weer een baby in Zwolle was geboren.
Na zijn ontslag uit militaire dienst trouwde Jan met Mijntje Schouw. Zij werkten beiden op het land en hebben als zodanig in de eerste jaren van hun huwelijk veel rondgetrokken. Aanvankelijk hebben Jan en Mijntje in Bosschenhoofd gewoond, later ook nog een tijdje in Middelburg en in 1907-1908 in Homburg (Pruissen). Na terugkeer uit Duitsland vestigden zij zich in Oudenbosch in de Teeuwkenshoek, dat in de volksmond bekend stond als 't Boske.

Uit dit huwelijk:

IX-a : Wilhelmina "Mijntje" den Braber, geboren te Oudenbosch op 10 februari 1873, gedoopt aldaar (RK), overleden te Breda op 4 mei 1912, dochter van Adriaan den Braber (VIII-a) en Adriana "Jaan" van Peer.

Mijntje was arbeidster.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 16 juli 1900 met Cornelis "Kees" Knijff, geboren te Oudenbosch op 21 oktober 1872, overleden te Breda op 19 januari 1919, zoon van Christianus Adrianus Knijff en Anna Schroeyers.

Kees was schoenmaker.
(Hij is later getrouwd te Breda op 29 september 1913 met Petronella Jacoba L'Abée, geboren te Breda rond 1871, overleden na januari 1919, dochter van Cornelis l'Abie en Anna Maria van Galen. (Zij was weduwe van Wilhelmus Philipsen.))
Tijdens de eerste jaren van hun huwelijk woonden zij in Oudenbosch en hadden zij Jans, Mijntje's zuster, bij hen in huis. Op 9 april 1908 verhuisden zij met hun drie kinderen naar Homburg aan de Saar in het toenmalige Pruissen (Duitsland). Daar wordt op 18 november 1910 nog een dochter geboren.
Eind augustus 1911 keerde het gezin terug in Breda. Daar overleed Mijntje acht maanden later. De vier kinderen Knijff werden dus op jonge leeftijd wees en werden toen in een weeshuis geplaatst. Ze brachten de vakanties door bij hun oom Bernard den Braber en tante Mina van Steen. Na een paar jaar zijn de kinderen bij Jans, haar zuster in huis genomen.

Uit dit huwelijk:

IX-b : Bernardus "Bernard" den Braber ook genaamd "Norris", geboren te Oudenbosch op 22 september 1877, gedoopt aldaar (RK), overleden te Breda op 20 april 1958 (St. Ignatius-ziekenhuis), zoon van Adriaan den Braber (VIII-a) en Adriana "Jaan" van Peer.

Bernard werd ook wel Norris genoemd; dit kwam misschien wel vanwege zijn wat norse uitstraling. Hij was landarbeider, spoorwegarbeider en ploegbaas. Vanwege dit werk was hij vaak weken achtereen van huis. Hij heeft lang in de omgeving van Nijmegen gewerkt. Na het overlijden van zijna vrouw werd hij drie jaar later voor een operatie in het St. Ignatius Ziekenhuis te Breda opgenomen. Hij is echter drie weken later nog voor de operatie werd uitgevoerd overleden.

Hij is getrouwd te Oud en Nieuw Gastel op 5 mei 1900, getrouwd te Oud Gastel op 7 mei 1900 (H. Laurentius) (RK) met Mina Catharina "Mina" van Steen, dienstbode en arbeidster, geboren te Oud Gastel op 26 oktober 1878, overleden te Oudenbosch op 22 januari 1955, dochter van Maghiel van Steen en Johanna Heynen.

Bernard werd bij zijn huwelijk begeleid door Gerardus Dam en Marinus van Geel, respectievelijk zijn voogd en toeziend voogd. Het echtpaar woonde in het ouderlijk huis van Bernard in de Molenstraat, vlakbij de spoorwegovergang. Na de dood van zijn vrouw ging Bernard bij zijn dochter Jans in Standdaarbuiten wonen.

Uit dit huwelijk:

IX-c : Johanna "Jans" den Braber, geboren te Oudenbosch op 26 april 1883, gedoopt aldaar (RK), overleden te Breda op 17 mei 1962 (St. Laurentius-parochie), dochter van Adriaan den Braber (VIII-a) en Adriana "Jaan" van Peer.

Na het overlijden van haar beide ouders komt de 7-jarige Jans in een weeshuis te Breda. Zij verblijft daar tot 31.12.1900. Daarna woont zij tot 1906 bij haar zuster Mijntje in Oudenbosch. In de zomer van 1906 vertrok Jans als dienstbode naar Breda, waar ze haar man leert kennen en twee jaar later trouwde.

Zij is getrouwd te Breda op 1 juni 1908 met Johannes "Jan" Verheijen, geboren te Breda op 31 januari 1881, overleden aldaar op 16 april 1950, zoon van Benedictus Verheijen en Theresia Speldings.

Jan was timmerman en in zijn vrije tijd meubel- en speelgoedmaker.
Na het vroegtijdig overlijden van haar zwager Kees Knijff, nam Jans eind 1919 de zorg voor de drie oudste kinderen van haar zus op zich. In 1926 verhuisde het gezin naar Teteringen, waar ook Mijntje's jongste dochter Sjaan zich nog bij hen voegde.

Uit dit huwelijk:

IX-d : Wilhelmina "Mijna" den Braber, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 1 mei 1874, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 5 februari 1960, dochter van Cornelis "Nil" den Braber (VIII-b) en Hendrina "Trina" van Peer.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 13 januari 1896 met Petrus "Piet" van Rijsbergen, geboren te Oudenbosch op 20 september 1867, overleden te Breda op 1 november 1917, zoon van Gerardus van Rijsbergen en Cornelia van Leyenburgh.

Na de dood van zijn schoonmoeder in 1902 werd Piet voogd over zijn zwager Nil en schoonzuster Ké. Piet werkte bij Enka in Breda. Tijdens reparatiewerkzaamheden aan een stoomleiding is hij op 1 november 1917 om het leven gekomen door ernstige brandwonden, veroorzaakt door de ontploffing.

Uit dit huwelijk:

IX-e : Bernardus den Braber, metselaar en arbeider, geboren te Oudenbosch op 19 oktober 1876, gedoopt aldaar (RK), verongelukt te Nieuw Beyerland (Ze) op 7 augustus 1902, zoon van Cornelis "Nil" den Braber (VIII-b) en Hendrina "Trina" van Peer.

Hij is verongelukt op zijn werk in Nieuw-Beyerland.

Hij is getrouwd te Rucphen op 7 september 1900 met Maria Schonck (Schenck), spoorwegwachteres tot huwelijk, geboren te Etten-Leur op 5 september 1872, overleden na 1924, dochter van Antonius Schonck en Cornelia van Zand.
(Zij is later getrouwd te Oudenbosch op 13 juli 1903 met Johannes Antonius de Gouw, spoorwegarbeider, geboren te Herpt, gem. Heusden op 8 april 1866, zoon van Martinus de Gouw en Petronella van Ooyen.)

Uit dit huwelijk:

IX-f : Johanna "Jans" den Braber, geboren te Oudenbosch op 5 oktober 1880, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 18 maart 1969, dochter van Cornelis "Nil" den Braber (VIII-b) en Hendrina "Trina" van Peer.

Jans werd ook wel Sjo genoemd; zij was arbeidster. Na het overlijden van haar man in 1947 ging zijn bij haar dochter to en kleindochter Jo wonen. Omdat zij onafscheidelijk waren, werden zij in Oudenbosch gekscherend 'de drie musketiers' genoemd.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 1 juli 1901 met Cornelis "Kees" Suykerbuyk, geboren te Rucphen op 3 februari 1872, overleden te Oudenbosch op 8 november 1947, zoon van Cornelia Suykerbuyk.

Kees was arbeider. Na het overlijden van zijn zwager Bernard den Braber werd Kees aangewezen als toeziend voogd over diens kinderen.

Uit dit huwelijk:

IX-g : Cornelis "Nil" den Braber, bootwerker, geboren te Oudenbosch op 25 april 1882, gedoopt aldaar (RK), overleden te Veenhuizen, gem. Norg (Dr) op 21 december 1944, zoon van Cornelis "Nil" den Braber (VIII-b) en Hendrina "Trina" van Peer.

Nil is arbeider, bootwerker en olieman/machinedrijver geweest. Op jeugdige leeftijd kwam hij wegens geweldpleging e.d. diverse malen met justitie in aanraking. Nil wordt op 14 maart 1901 te Breda veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 maanden. Hij had op 7 februari 1901 tezamen met Cornelis de Moor opzettelijk een spiegelruit van de woning van A. Heinincx te Oudenbosch ingegooid. (dit is de bakker Janus Heynincx)
Na de dood van zijn moeder in 1902 werd Piet van Rijsbergen, de man van zijn oudste zuster Mijna, aangewezen als voogd over Nil. Dat ook hij Nil niet op het rechte pad kon houden, werd duidelijk toen hij in 1905, één week voor de Oudenbossche kermis weer opgepakt werd. Hij had met 5 andere leeftijdsgenoten uit Oudenbosch op zondag 13 augustus 1905 de openbare orde verstoord. De officiele aanklacht luidde "wederspanningheid tegen personen met overheidsgezag, in staat van dronkenschap, de openbare orde verstoord en mishandeling". Er wordt 4 maanden gevangenisstraf geeist en maar hij komt er van af met 1 maand gevangenisstraf. Begin 1907 is hij uitgeweken naar Antwerpen, waar hij in augustus van datzelfde jaar halsoverkop in het huwelijk trad met Leen Nollee. Nog geen drie maanden later werd hun enige dochter To geboren. Vermoedelijk zijn Nil en Leen niet lang getrouwd geweest; echter de echtscheidingdatum is niet bekend. Het is in ieder geval voor 1924, want op 10 juli van dat jaar hertrouwde Leen Nollee in Amsterdam met Maarten Laan uit Landsmeer (NH). Nil is tijdens de tweede weredoorlog gestorven in de strafinrichting te Veenhuizen. Voor welk vergrijp hij daar toen zat, is niet bekend.

Hij is getrouwd te Antwerpen (B) op 25 augustus 1907 met (en gescheiden voor 1924 van) Helena Antonia "Leen" Nollee, geboren te Bergen op Zoom op 4 november 1883, overleden te Amsterdam op 5 maart 1951, dochter van Petrus Nollee en Johanna Putte.
(Zij is later getrouwd te Amsterdam op 10 juli 1924 met Maarten Laan, afkomstig uit Landsmeer (NH).)

Uit dit huwelijk:

IX-h : Cornelia "Ké" den Braber, geboren te Oudenbosch op 22 december 1886, gedoopt aldaar op 26 december 1886 (RK), overleden te Breda op 26 september 1924, dochter van Cornelis "Nil" den Braber (VIII-b) en Hendrina "Trina" van Peer.

Ké was 15 jaar toen haar moeder in mei 1902 stierf. De man van haar oudste zuster Piet van Rijsbergen en haar oom Gerrit van Dam werden aangewezen als haar voogd, resp. toeziend voogd. Ké is in juli 1907 - zij was toen 20 - als dienstmeid naar Breda getrokken. Daar is zij twee maanden later getrouwd met Willem Dikkers.
Bij haar huwelijk zijn aanwezig en toestemming gevende Pieter van Rijsbergen, 40 jaar en Gerrit Dam, 41 jaar, landbouwers, respectievelijk voogd en toeziend voogd van Cornelia. Ké overleed in het kraambed bij de bevalling van een doodgeboren dochter op 26 september 1924.

Zij is getrouwd te Breda op 2 september 1907 met Willem Dikkers, geboren te Breda op 15 februari 1885, overleden aldaar op 15 augustus 1963, zoon van Hendrik-Jan Dikkers en Elisabeth Winterdijk.

Willem was meubelmaker en later eigenaar van een meubelzaak in Breda.

Uit dit huwelijk:

IX-i : Johannes "Jan" den Braber, geboren te Oudenbosch op 31 januari 1883, gedoopt aldaar (RK), overleden te Geleen (Li) op 28 oktober 1970, zoon van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Jan was fabrieksarbeider en grondwerker geweest. Jan trad na zijn tweede huwelijk in dienst als wegwerker bij de gemeente Geleen.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 25 juni 1906 (1) met Cornelia "Ké" Janssen, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 1 juni 1887, overleden te Sittard (Li) op 30 oktober 1925, dochter van Egidius Janssen en Johanna Deykers.

Jan heeft met zijn eerste vrouw Ké - een zuster van Toon Janssen, de man van Ké den Braber en een stiefzuster van Marijn Traats - een aantal jaren in Strijp bij Eindhoven gewoond. In de zomer van 1918 keerden zij terug naar Oudenbosch om het jaar daarop (augustus 1919) te verhuizen naar Urmond (Li). Zes jaar later is Ké Janssen kinderloos gestorven.

Hij is getrouwd te Geleen (Li) op 28 december 1928 (2) met Maria Josephina "Fien" Pelsers, geboren te Beek (Li) op 21 april 1898, overleden te Geleen (Li) op 18 april 1977, dochter van Martinus Pelsers en Maria Barbara Reijnders.
(Zij was weduwe van Peter Johannes Penris, overleden in 1927 of 1928.)

Uit dit huwelijk:

IX-j : Jacoba "Koos" den Braber, geboren te Oudenbosch op 29 april 1885, gedoopt aldaar op 30 april 1885 (RK), overleden aldaar op 6 maart 1964, dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 7 mei 1906 met Marinus "Marijn" Traats, geboren te Oudenbosch op 30 mei 1881, overleden te Etten-Leur op 20 augustus 1971 (Huize St. Antonius), zoon van Johannes Traats en Johanna Deykers.

Marijn was aanvankelijk landarbeider. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werkte hij in Duitsland. Om geld uit te sparen kwam hij een paar keer per jaar te voet naar huis. Na deze oorlog ging hij in een suikerfabriek werken en nog later bij de Waterleiding Mij Noord-West Brabant.
Koos en Marijn woonden in het Groene Wooud, waar tot in de jaren '50 van deze eeuw veel kinderen en kleinkinderen van Adriaan den Braber en Mie Sep gewoond hebben. Marijn overleed in de psychiatrische inrichting Het Hooghhuys te Etten. Koos en Marijn zijn bijna 58 jaar getrouwd geweest.

Uit dit huwelijk:

IX-k : Cornelia "Ké" den Braber, dienstbode, geboren te Oudenbosch op 21 mei 1886, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 28 april 1972 (St. Elisabeth-ziekenhuis), begraven aldaar op 2 mei 1972 (Algemene Begraafplaats), dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Ké stond in Oudenbosch bekend als 'Sneltreintje'. Tot haar huwelijk werkte zij als dienstbode in Kevelaer (Duitsland). Later ging zij daar jaarlijks op bedevaart terug naar toe en bracht voor een ieder die het wilde souvenirs mee. Zij heeft slechts kort in "De Zellebergen" gewoond.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 30 november 1914 met Antonius "Toon" Janssen, gemeente-arbeider, geboren te Oudenbosch op 17 september 1884, overleden aldaar op 10 december 1961, zoon van Egidius Janssen en Johanna Deykers.

Toon heeft o.a. gewerkt aan de aanleg van de afsluitdijk.
Ké en Toon woonden in Oudenbosch in de Teeuwkenshoek en later in de Bornhemweg.

Uit dit huwelijk:

IX-l : Johanna Cornelia "Anna" den Braber, geboren te Oudenbosch op 29 januari 1889 (of 19-1-1889), gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 18 september 1936, dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Anna was arbeidster.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 11 januari 1909 met Henricus Cornelis "Hendrik" de Leeuw, geboren te Oudenbosch op 27 september 1883, overleden aldaar op 1 oktober 1962 (St. Elisabeth pension), zoon van Jan Francus de Leeuw en Johanna van Kinderen.

Hendrik was fabrieksarbeider, o.a. op een suikerfabriek in Engeland, en later machinist.
Anna en Hendrik woonden in het Groene Woud.

Uit dit huwelijk:

IX-m : Antonius Johannes "Toon" den Braber, steigerbouwer, klein-aannemer, arbeider en betontimmerman, geboren te Oudenbosch op 28 maart 1890, gedoopt aldaar (RK), overleden te Leiden op 23 mei 1945, begraven aldaar op 26 mei 1945 (RK kerkhof), zoon van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Toon is arbeider, steigerbouwer, betontimmerman en klein-aannemer geweest. De eerste tien jaar van hun huwelijk woonden Toon en Lien in Oudenbosch. In 1917 was Toon betrokken bij smokkel en dit diende bij de Rechtbank van Breda.

(uit de Oudenbosche Courant, zondag 4 november 1923)
"Brand.
Hedenmiddag brak brand uit bij A. den Braber in het Oudland. Den Braber was zelf naar de fabriek, terwijl zijne vrouw even om een boodschap in de buurt was. Vrouw de Rooij van Dongen bemerkte gelukkig heel spoedig wat er gaande was en zonder om haar eigen levensbehoud te denken, ging zij de brandende woning binnen en had het geluk twee kinderen te redden.
Hulde aan het kordate optreden dezer vrouw! Zoo goed als alle inboedel, alsmede twee varkens en den schuurvoorraad werden een prooi der vlammen.
Onze stoomspuit, moest expres komen, van de in het Oudland gestationeerde handspuit zagen we niets, waaraan de omwonenden dankten dat zij gespaard beleven. Huis en inboedel zijn verzekerd bij den Boerenbond alhier.
Alvorens het bericht over dezen brand te eindigen, moet ons toch iets van 't hart, dat we liever hadden gezwegen. In 't belang van de goede zaak echter mogen we dat niet doen en daarom:
Hoe kan men dat toch zeggen: Voor een arme mensch hebben ze niets over.
Zeker, we geven toe, de stoomspuit kwam te laat maar aan wien de schuld?
Hier werd onze Opperbrandspuitmeester de heer J. van Aken gewaarschuwd door een boerenjongen te paard?... neen per fiets!! terwijl tientallen paarden in de buurt op het veld werkzaam zijn. Gelukkig had onze "Opper" juist een paard thuis, wat Z.Ed. er geheel aan, opofferde. Onderweg werd door hem een paar gerequireerd. Mogen wij even vragen: Is de beschuldiging gegrond? Onze Opperbrandmeester heeft er een van zijn paarden voor over gehad om zoo spoedig mogelijk bij den brand te zijn. De boeren uit de buurt konden geen paard missen. Aan wie dus de schuld dat de stoomspuit zoolang wegbleef? Neen, voor alles hulde aan onzen Opperbrandmeester, die door deze daad zich geheel heeft doen kennen als een man van plicht, als een man, die ook in nood erbij is om alles bij te zetten om den noodlijdenden te hulp te komen. Dat heeft onze Opperbrandmeester niet heden, maar steeds bewezen. Aan hem en ook aan onze brandweer, hulde !!"


Daarom kocht Toon in 1924 van zijn schoonmoeder Johanna van Gastel, die net hertrouwd was met Hendrikus van Zundert, een huis in de Kleine Zilverenhoek aan de Oudlandweg. Na het grotendeels gesloopt en opnieuw opgebouwd te hebben, verkocht hij het twee jaar later aan Nil Oomen. Toon trok vervolgens met zijn gezin voor korte tijd naar Bergen aan de Maas (Limburg) en vandaar naar Leiden, waar hij zich definitief vestigde. Zij kregen tien kinderen en adopteerden nog een meisje. Toon heeft o.a. nog gewerkt aan de aanleg van de afsluitdijk. Vlak na de bevrijding is Toon aan hongeroedeem gestorven.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 28 juni 1915 met Stoffelina "Lien" Lips, arbeidster tot huwelijk, geboren te Oudenbosch op 17 november 1891, gedoopt aldaar (RK) (doopgetuigen waren Marinus van Dongen en Maria Lips), overleden te Antwerpen (B) op 16 augustus 1981 (Sint Elisabethziekenhuis), begraven aldaar op 20 augustus 1981 op begraafplaats Schoonselhof te Hoboken, dochter van Cornelis Lips en Johanna van Gastel.

Lien hertrouwde in 1948 met Bernardus van Eeken. Haar zoon Ton trouwde 3 jaar later met zijn halfzuster Corrie. Na de dood van haar 2e man in 1965 hertrouwde zij met Martin Kaczor maar dat liep uit op een scheiding. Lien ging na de scheiding van Martin Kaczor (1975) bij haar ongehuwde dochter Annie in Antwerpen wonen. Annie was ziekelijk en Lien heeft haar dochter tot de dood in 1977 verzorgd. Na het overlijden van Annie bleef ze in Antwerpen wonen, drie hoog! in een oud huis, tot ze daar in 1981 op bijna 90-jarige leeftijd overleed. Lien was tot op hoge leeftijd zeer fit; op 87-jarige leeftijd heeft ze nog alleen een bezoek gebracht aan haar kleinknderen Regina en Elisabeth den Braber in Freilassing, Beieren (D).

(Zij is later getrouwd te Haarlem op 5 mei 1948 met Bernardus van Eeken, opperman, geboren te Santpoort (NH) op 16 juli 1894, overleden te Haarlem op 9 augustus 1965, zoon van Stephanus van Eeken en Kniertje Jansen. (Hij is eerder getrouwd te Haarlem op 23 mei 1917 met Clazina Catharina Schreinders, geboren te Haarlem op 14 september 1896, overleden aldaar op 10 juni 1943.) Zij is later getrouwd te Haarlem op 20 oktober 1967 met (en gescheiden te Haarlem op 7 februari 1975 van) Martin Ferdinand "Martin" Kaczor, brood- en koekbakker te Schellinkhout, geboren te den Helder op 17 januari 1888, overleden te Alkmaar (NH) op 18 juli 1984, zoon van Ferdinand Friedrich Kaczor en Anke Visman. (Hij is eerder getrouwd te Grootebroek op 30 januari 1912 met Neeltje Smit, geboren te Grootebroek op 22 maart 1882, overleden te Heemstede op 21 maart 1966, dochter van Jacob Smit en Geertje Buisman.))

Uit dit huwelijk:

IX-n : Adrianus Wilhelmus "Janus" den Braber, geboren te Oudenbosch op 12 oktober 1891, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 27 september 1957, zoon van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Janus was bouwvakarbeider en enige tijd waterfitter bij de Waterleiding Mij Noord-West Brabant. Later is hij boomkweker geworden.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 17 augustus 1914 met Catharina "To" de Veth, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 28 maart 1892, overleden aldaar op 20 maart 1964, dochter van Pieter de Veth en Maria Willemse.

Janus woonde met zijn gezin in het Groene Woud.

Uit dit huwelijk:

IX-o : Maria Petronella "Mie" den Braber, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 4 februari 1893, gedoopt aldaar (RK), overleden te Brunssum (Li) op 23 februari 1989, dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

De vader van haar kinderen Rinus (1922) en Frans (1924) zijn volgens Janus (1930) Frans Verschuren. De kinderen zijn echter niet gewettigd en hebben dus de familienaam 'den Braber' gehouden. Zij is de oudste den Braber uit de stamboom den Braber en is 96 jaar en 19 dagen oud geworden.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 19 augustus 1912 (1) met Adrianus "Janus" Brabers, arbeider, geboren te Rucphen op 9 mei 1887, overleden te Breda op 6 augustus 1920 (RK Gasthuis), zoon van Martien Brabers en Dorothea Roovers.


In 1915 verhuisden Janus en Mie naar Standdaarbuiten, die daar in de vlas ging werken. Bijna vijf jaar later overleed Janus in het St. Ignatius ziekenhuis te Breda.

Uit dit huwelijk:

Zij had een relatie (2) met Franciscus "Frans" Verschuren, geboren te Gestel, gem. Gestel en Blaarthem (NB) op 11 april 1878, overleden te Heerlen (Li) op 24 februari 1946, zoon van Johannes Verschuren en Maria Borgers.

Frans was gemeentewerker en bosarbeider. Frans verbleef in de zomer van 1922 in Veenhuizen (Dr).
N.B. Gestel is in 1920 bij Eindhoven gevoegd.
(Hij was de gescheiden echtgenoot van Anna Maria Theresia van den Hurk. Hij is daarnaast getrouwd te Brunssum (Li) op 16 september 1925 (3) met Maria Petronella "Mie" den Braber, geboren te Oudenbosch op 4 februari 1893, gedoopt aldaar (RK), zie IX-o.)
Na het overlijden van Janus Brabers krijgt Mie in het voorjaar van 1921 Frans Verschuren als kostganger. Dat het daarbij niet bleef, bleek in januari 1922 toen uit hun relatie een zoon geboren werd. Omdat Frans Verschuren op dat moment nog getrouwd was met Anna Maria Theresia van den Hurk, werd de jongen op naam van Mie gezet. Op 6 mei 1922 verhuisde Frans voor korte tijd naar Veenhuizen (Dr). In oktober van datzelfde jaar trok Mie met haar drie kinderen van Standdaarbuiten naar Brunssum in Zuid-Limburg, waar zij herenigd werd met Frans Verschuren, die nog steeds niet gescheiden was. Weer werd een zoon geboren en pas anderhalf jaar later traden zij in het huwelijk, toen de scheiding eindelijk was geregeld. Beide voorkinderen bleven 'den Braber'heten omdat er geen geld was om Rinus en Frans den Braber op de naam van Frans Verschuren te zetten.

Uit deze relatie:

Zij is daarnaast getrouwd te Brunssum (Li) op 16 september 1925 (3) met Franciscus "Frans" Verschuren, geboren te Gestel, gem. Gestel en Blaarthem (NB) op 11 april 1878.

Uit dit huwelijk:

Zij is getrouwd te Brunssum (Li) op 28 december 1948 (4) met Theodor Aelmans, geboren te Bank, Pruissen (D) op 5 juli 1896, overleden te Brunssum (Li) op 25 november 1968, begraven aldaar op 29 november 1968.

Volgens het bidprentje is hij geboren te Richterich.
(Hij had bij een onbekende vrouw één zoon en 4 dochters.)


IX-p : Petrus Wilhelmus "Piet" den Braber, arbeider, geboren te Oudenbosch op 24 mei 1894, gedoopt aldaar (RK), overleden te Zevenbergen op 30 november 1984, zoon van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Piet was dagloner, vlasarbeider, losarbeider en landarbeider. Hij wordt door de rechtbank van Breda op 26 februari 1920 schuldig verklaard aan diefstal van een houten paal bij Lambertus Noorden in het Oudland. Hij verklaarde de paal op 29 december 1919 te hebben meegenomen om te gebruiken als brandhout. Hij wordt veroordeeld tot een boete van 15 gulden (of 15 dagen hechtenis bij gebreke van betaling). Volgens de kinderen zal hij die straf wel uitgezeten hebben, want geld was er bij Piet thuis sowieso niet!

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 22 november 1920 met Cornelia "Cor" Vervaart, arbeidster, geboren te Oudenbosch op 30 december 1900, overleden te Roosendaal op 10 januari 1986 (St. Franciscusziekenhuis), dochter van Petrus Vervaart en Cornelia Welten.


Van juni 1922 tot februari 1926 hebben Piet en Cor in Standdaarbuiten gewoond, waar Piet in het vlas werkte. Na hun terugkeer in Oudenbosch gingen zij in het Kaleshoek (later Kalishoek geheten) wonen. Daar kocht Piet in 1947 het huis, dat hij huurde van kruidenier Piet Janssen, met geld dat zijn zoon Piet, die toen in Nederlands-Indië verbleef, overstuurde.
Piet overleed op 90-jarige leeftijd in het verzorgingstehuis Sancta Maria te Zevenbergen, zijn vrouw Cor iets meer dan een jar later in het St. Franciscus ziekenhuis te Roosendaal.

Uit dit huwelijk:

IX-q : Adriana Cornelia "Jaan" den Braber, geboren te Oudenbosch op 28 september 1895, gedoopt aldaar (RK), overleden te Roosendaal op 21 mei 1972, begraven op 24 mei 1972, dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Jaan stierf in het verzorgingshuis Charitas te Roosendaal.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 11 januari 1915 met Petrus "Piet" Mol, arbeider, geboren te Rucphen op 15 juli 1891, overleden te Roosendaal en Nispen op 22 juli 1941, zoon van Petrus Mol en Cornelia Roks.

Piet was arbeider. In juli 1938 zijn Jaan en Piet met hun elf kinderen van het Kaleshoek in Oudenbosch naar de Turfberg (de 'Kaai') in Roosendaal verhuisd. Daar is Piet drie jaar later plotseling gestorven, goed twee maanden na de geboorte van zijn twaalfde kind.

Jaan en Piet kregen twaalf kinderen en 71 kleinkinderen.

Uit dit huwelijk:

IX-r : Marinus "Rinus" den Braber, arbeider, geboren te Oudenbosch op 4 augustus 1897, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 13 december 1970 (St. Elisabeth ziekenhuis), begraven aldaar op 16 december 1970 (algemene begraafplaats), zoon van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Duivenmelker Rinus werd in Oudenbosch Rietje genoemd. Hij is landarbeider, losarbeider en opperman geweest. Later werd hij soldeerder bij de blikfabriek Verblifa in Oudenbosch.

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 24 augustus 1925 met Antonia "Tonna" Luysterburg, geboren te Oud Gastel op 5 maart 1903, overleden te Oudenbosch op 7 februari 1967 (St.Elisabeth Ziekenhuis), dochter van Cornelis Luysterburg en Maria van der Logt.


Tijdens zijn verkering met Tonna Luysterburg werd in de zomer van 1924 een zoon geboren. Ruim 1 jaar later zijn Rinus en Tonna getrouwd, bij welke gelegenheid hun oudste zoon gewettigd is. In 1931 verbleven zij één jaar in Leiden, waar zijn broer Toon toen ook woonde. Terug in Oudenbosch woonden ze achtereenvolgens in de Teeuwkenshoek - in de volksmond 't Boske - de Zeggeweg, het Groene woud en de St. Annastraat.

Uit dit huwelijk:

IX-s : Petronella Jacoba "Piëta" den Braber, geboren te Oudenbosch op 10 maart 1899, gedoopt aldaar (RK), overleden te Eindhoven op 26 februari 1980, dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Op haar bidprentje staat foutief vermeld dat zij één van de oudsten is uit een gezin van 24 kinderen. Zij is echter nr.13 uit een gezin van 15 kinderen. Door ziekte (waarschijnlijk suikerziekte) moest een been geamputeerd worden. Zij werd opgenomen in verpleeghuis Peppelrode te Eindhoven.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 24 oktober 1921 met Cornelis "Nil" Rommers, geboren te Oudenbosch op 10 december 1899 (RK), overleden te Eindhoven op 11 maart 1975, begraven aldaar (RK-kerkhof van St.Paulus), zoon van Cornelis Rommers en Jacoba Vissenberg.


In de zomer van 1924 probeerde hij een korte tijd zijn geluk als mijnwerker te Brunssum (Li). In september 1929 verhuisden Nil en Piëta naar eindhoven, waar Nil fabrieksarbeider bij Philips werd.

Na het overlijden van haar moeder Mie Sep kwam haar vader Ariaan bij hen wonen in hun huis aan de Vaartweg. Dit duurde ongeveer tot hun verhuizing in 1929 naar Eindhoven.

Uit dit huwelijk:

IX-t : Theodora Maria "Door" den Braber, geboren te Oudenbosch op 28 oktober 1901, gedoopt aldaar (RK), overleden te Breda op 20 juni 1961 (St. Ignatiusziekenhuis), dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 6 oktober 1924 met Adrianus "Janus" Sprenkels, geboren te Etten Leur op 14 augustus 1903, overleden aldaar op 2 maart 1980, zoon van Adriaan Sprenkels en Anna Cornelia Mertens.

Janus was stoker op een steenfabriek in Etten en later bouwvakker.
(Hij was later gehuwd met Anna C.M. Groenen.)
Na hun huwelijk gingen Janus en Door in Etten-Leur wonen. Marie den Braber en Jan van Zundert hebben daar nog korte tijd bij hen ingewoond.

Uit dit huwelijk:

IX-u : Anna "Aant" den Braber, geboren te Oudenbosch op 22 september 1904, gedoopt aldaar (RK), overleden te Eindhoven op 12 november 1977, begraven aldaar begraafplaats St. Calixtus, dochter van Adrianus "Ariaan" den Braber (VIII-c) en Maria "Mie" Sep.

Ter onderscheiding van haar oudere zus Johanna, die Anna werd genoemd, ging deze 'echte' Anna als Aant door het leven.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 7 mei 1923 met Paulus "Pauw" Rommers, geboren te Oudenbosch op 15 februari 1902, overleden te Eindhoven op 17 januari 1975, begraven aldaar begraafplaats St. Calixtus, zoon van Cornelis Rommers en Jacoba Vissenberg.

Pauw was fabrieksarbeider bij Philips en later bouwvakker.
Pauw en Aant verhuisden in 1940 naar Eindhoven.

Uit dit huwelijk:

IX-v : Johanna "Anna" den Braber, geboren te Zutphen (Gld) op 2 november 1890, overleden te Almelo (Ov) op 3 augustus 1962, dochter van Antonius "Toon" den Braber (VIII-d) en Jannigjen Roelofs.

Anna overleed tijdens een bezoek aan haar zoon Antoon in Almelo.

Zij is getrouwd te Zwolle op 8 september 1910 met Jacob Franciskus Josinus "Jaap" Wittenaar, geboren te Zwolle op 3 mei 1887, overleden aldaar op 16 juli 1955, zoon van Josinus Franciscus Wittenaar en Gesina Johanna Duzijn.

Jaap was huisschilder van beroep. In de crisisjaren was hij vaak werkeloos. Met een zo talrijke kinderschaar was het armoede en zijn vrouw Anna had twee werkhuizen om de inkomsten wat aan te vullen.

Uit dit huwelijk:

IX-w : Hendrikus "Heintje" den Braber, geboren te Oudenbosch op 2 mei 1892, gedoopt aldaar (RK), overleden aldaar op 23 januari 1973, begraven aldaar (algemene begraafplaats), zoon van Johannes "Jan" den Braber (VIII-e) en Willemyna "Mijntje" Schouw.

Heintje heeft in 1918 korte tijd als mijnwerker gewerkt in de staatsmijn Hendrik in Brunssum (Li). In de zomer van dat jaar kwam hij terug naar huis om te trouwen met Jaan van Aart. Een paar maanden na zijn huwelijk ging hij als stoker van de gemeentelijke gasfabriek werken. Heintje nam dit baantje over van zijn achterneef Janus Mol (VII-9).

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 10 juni 1918 met Adriana Maria "Jaan" van Aart, geboren te Oudenbosch op 20 mei 1895, overleden aldaar op 25 september 1982, dochter van Petrus van Aart en Francyna van der Logt.

Jaan is dienstbode geweest.
Heintje en Jaan woonde aanvankelijk in de Polderstraat naast zijn jongere broer Joske. In 1931 verhuisde hij naar dat gedeelte van de Oudlandweg, dat tegenwoordig Bornhemweg heet.

Uit dit huwelijk:

IX-x : Adriana Jacoba "Jaan" den Braber, arbeidster, geboren te Hoeven op 21 maart 1894, overleden te Oudenbosch op 14 juli 1961, dochter van Johannes "Jan" den Braber (VIII-e) en Willemyna "Mijntje" Schouw.

Jaan was pas 17 jaar toen zij trouwde. 6 weken na haar huwelijk werd de eerste van haar 11 kinderen geboren.

Zij is getrouwd te Oudenbosch op 19 juni 1911 met Paulus "Pauwke" Rommens, geboren te Oudenbosch op 26 december 1890, overleden aldaar op 28 februari 1960, zoon van Petrus Rommens en Catharina de Veth.

Pauwke was metselaar; hij heeft meegewerkt aan de afwerking van de Basiliek.

Uit dit huwelijk:

IX-y : Adrianus "Joske" den Braber, geboren te Hoeven op 6 april 1896 (RK), overleden te Oudenbosch op 2 mei 1951, zoon van Johannes "Jan" den Braber (VIII-e) en Willemyna "Mijntje" Schouw.

Joske is net als zijn broer Heintje stoker bij de gemeentelijke gasfabriek geweest. .

Hij is getrouwd te Oudenbosch op 23 april 1917 met Johanna Hendrina "Jans" Traats, geboren te Oudenbosch op 2 februari 1899 (RK), overleden aldaar op 13 december 1971, begraven aldaar op 15 december 1971 (algemene begraafplaats), dochter van Johannes Traats en Cornelia van der Logt.

Zij woonden achtereenvolgens in de Polderstraat, Oost-Vaardeke en de Bornhemweg. Zij boden tijdens de tweede wereldoorlog onderdak aan Antoon en Annie Wittenaar uit Zwolle (achterneef en -nicht).

Uit dit huwelijk:

naar deel 2 (10e t/m 13e generatie)


 

Deze stamboom is uitsluitend bedoeld ter bevordering van de onderlinge communicatie tussen de samensteller en de lezer. Onder geen beding mogen deze gegevens worden gebruikt met het oogmerk, geldelijk profijt te verkrijgen, zonder vooraf verkregen schriftelijke toestemming van de samensteller. Publicatie van gegevens, waarbij gebruik gemaakt is van gegevens uit deze stamboom, dient te geschieden met volledige bronvermelding.
Samensteller: J.J.M. (Hans) den Braber, Vogelvlinder 6, 3723 RB Bilthoven (NL)
homepage: www.den-braber.nl